Door de ogen van Nikos

Daar heb je hem weer, ik doe net of ik zijn pootje niet voel in mijn rug. Dit is mijn mandje en ik blijf hier liggen! Bovendien is dit het enige plekje dat ik heb, waar hij niet bij in past. Vroeger lag ik ook graag in de kast waar mama’s kleren hangen. Maar Azraël wil er altijd bij komen liggen. Ik vind Azraël vervelend.

Mama heeft wel es uitgelegd, toen hij er net was, dat hij mijn cadeautje is. Zodat ik niet meer alleen zou zijn. Kon ze mij maar verstaan, dan wíst ze dat ik liever alleen ben. Ik kreeg toen alle aandacht, had alle rust en sliep heerlijk bij ze op bed. Nu met Azraël heb ik geen rust meer. Hij kleeft aan mij. Azraël wil áltijd spelen!

Ah, mama is uit de douche. Ik heb even rust want Azraël gaat zo meteen met haar make-up spelen. Lekker in de vensterbank naar buiten staren. Naar de grote wereld, waar ik niet mag komen. Verdomme, wat is dat? Azraël zit wéér aan mijn staart. Krijg ik nou nooit een keer rust? Zucht, ik ga wel weer naar boven. Trippel trippel, hij komt achter mij aan. Ik ren snel onder het bed, maar Azraël heeft het gezien. Hij spint en geeft me kopjes. Ik ben niet zo van dat kleffe. Ik blaas naar hem, al is hij daar nooit van onder de indruk. Wanneer ik weg ren, springt hij boven op mijn rug. Nou vooruit, héél even dan. Met twee pootjes gooi ik hem op zijn rug. Hij kwispelt en tikt met zijn pootjes in mijn gezicht. Na twee minuten ben ik er eigenlijk wel weer zat van.

Hij rent naar beneden, in de hoop dat ik hem achterna kom. Ik ga snel naar papa. Hij snurkt heel hard. Het is een soort spinnen, net als hoe ik dat doe. Ik kruip tegen hem aan, heel zachtjes om hem niet wakker te maken, maar hij heeft al één oog open. We liggen lepeltje lepeltje. Papa aait mij nu. Dat is fijn, even net als vroeger. Tot mijn stiefbroertje er aan komt. Hij wil er ook weer bij.

Als ik lang genoeg voor de balkondeur zit, doet mama hem open. Dit is de enige plek waar ik alleen kan zijn, Azraël mag daar niet komen. Ook al vriezen mijn snorharen van mijn kop, voor de rust heb ik het er graag voor over. Mama hoort mij niet altijd als ik weer naar binnen wil. Maar Azraël wel. Hij brult dan net zo lang tot ze de deur weer open doet. Dat vind ik wel lief van hem.

Misschien is het eigenlijk zo gek nog niet, een broertje af en toe.

1 reactie op “Door de ogen van Nikos”

  1. Het is de eerste keer dat ik een reactie plaats, en hoe kan het ook anders dan dat ik dat doe bij een verhaaltje over jullie kinderen. Superleuk geschreven. Ik lig helemaal in een deuk!!!


Plaats een reactie