Bekijken en ontwijken
In de trein, fijn bij het raam. Het is donker buiten dus behalve mijn spiegelbeeld niet veel te zien. Of toch wel? Via de ramen kun je iedereen zien zitten van voor tot achter in de coupe. Het is duidelijk dat niet iedereen zich hiervan bewust is. Schuin achter mij zit iemand men zijn vinger in z’n neus. Hij haalt hem eruit en kijkt er naar. Blijkbaar is hij niet tevreden met het resultaat, de vinger gaat weer terug. Ik verbaas me er over hoe diep hij gaat, bijna tot het tweede kootje. Ah, daar is hij weer, nu met een stukje snot eraan. Ik ben benieuwd waar hij het zal laten. Sokken? Onder de bank? In de mond? Nee, hij houdt het snotje tussen wijsvinger en duim en draait er een balletje van. Ik zie dat hij om zich heen kijkt, waar zal ik hem heen schieten? Richting het gangpad? Maar poging één mislukt. Richting het raam dan? Poging twee mislukt ook. Het snotje blijft plakken aan zijn duim. Dan maar afvegen aan de zitting voor hem, nu is hij hem kwijt.
Amersfoort, meer mensen stappen in. Een meisje van mijn leeftijd met sproetjes en pluizig haar komt naast me zitten. Ze zet haar muziek op en pakt een boek. Ik kijk weer via het raam naar andere mensen. Een setje van tien jaar jonger dan ik, is overduidelijk verliefd. Eigenlijk hebben ze maar één zitplek nodig, zo dicht zitten ze op elkaar.
Er kriebelt wat in m’n nek, ik kijk naar rechts. Het is het pluizige haar van mijn buurvrouw. Blijkbaar is ze in slaap gevallen. Haar hoofd raakt bijna mijn schouder. Huhum, ik maak een hoestgeluid, helaas hoort ze me niet. Ik zak onderuit, om de afstand tussen mijn schouder en haar hoofd groter te maken. Maar er is geen ontkomen aan… Het pluizige bosje hangt al over mijn schouder. Ik zucht. Wat moet ik nou? Ik hoop dat de conducteur nu komt, dan kan híj haar wakker maken. De conducteur komt niet en ik kijk weer uit het raam. Dat moet ook wel, want als ik naar rechts zou kijken, zit haar pluis in mijn neus.
Zwolle, hier moet ik overstappen. Voorzichtig haal ik mijn schouder onder haar hoofd vandaan en sta op. Mijn buurvrouw zakt nu nóg verder naar links. Ik zie dat ik net op tijd ben. Een grote sliert kwijl vindt zijn weg van haar mondhoek naar de bank, daar waar ik net zat.
Ik loop naar achteren, langs het zoenende setje tieners en de keurige man in pak die zonet nog met zijn vinger in zijn neus zat. Op naar de volgende trein, met nieuwe mensen te bekijken en pluis, kwijl en snot te ontwijken.