Goed voornemen

Goede voornemens zijn zelden haalbaar, daarom is het ook zo’n uitdaging om er elk jaar weer opnieuw mee te beginnen. En daarom is het ook niet erg als ze mislukken, want tja, echt haalbaar was het sowieso al niet.

Mijn jaarlijks terugkerende voornemen is ‘op tijd komen’. Eigenlijk is dit niet jaarlijks, maar maandelijks en soms wekelijks mijn voornemen. Altijd klinken al mijn redenen als smoesjes, maar er gebeurt altijd wel íets waardoor ik te laat kom.

Maandag: Trots kijk ik op mijn klokje, als ik nu weg fiets ben ik vijf minuten te vroeg. Ik haal mijn fiets van het slot en zie dat ik wat mis… Shit, mijn broodjes liggen nog binnen op het aanrecht. Ik zet mijn fiets weer vast, ren naar boven, deur van het dubbele slot, pak de broodjes, naar buiten, deur weer op het dubbele slot, ren naar beneden, fiets weer van het slot en ik ben weg. Vijf kostbare minuten zijn voorbij. Flink doortrappen, ik heb nog één minuut als ik bij de fietsenstalling kom. Kut, geen plekje dus ik moet helemaal naar achteren. Fiets weer op het slot en in up tempo naar de lift. Hmmm, hij zal wel op de derde zijn blijven hangen. Dan maar de trap, buiten adem kom ik binnen. Ik kijk naar de klok, mijn collega’s ook. Twee minuten te laat…

Dinsdag: Broodjes hangen in een tasje aan mijn stuur, heb alles bij mij, zit op de fiets én ik heb nog tijd over. Toch fiets ik net zo snel als wanneer ik aan de late kant ben, want het lijkt mij zo heerlijk om gewoon es te vroeg te komen. Huppa de bocht door, ik ben er bijna. Hé wat is dat? Fuck, mijn trappers gaan niet meer voor of achter uit. Dat eerste is lastig, het laatste is gevaarlijk, want ik heb een terugtrap rem. Met mijn voeten sleep ik over de grond tot ik stil sta. Lopend met de fiets aan de hand moet ik verder. Negen minuten te laat…

Woensdag: Jas aan, alles bij me, andere fiets, wat kan er nog mis gaan? Ik gooi de deur open en… Nee he! De regen komt met bakken uit de hemel. Twee weken er voor heb ik een poncho gekocht. Vroeger wilde ik nooit in een regenpak, maar ik ben er nu oud genoeg voor. Na een paar keer een hele dag in een natte spijkerbroek gelopen te hebben, die aan het einde van de dag naar natte hond rook, moest het er es van komen. Deur weer dicht, poncho zoeken, uitvouwen en zoeken waar ik mijn hoofd precies door moest steken. Shit, mijn tas zit er onder. Dát is niet handig, want zo kan ik niet bij mijn sleutels. Poncho weer uit, tas af, poncho weer aan, gat in één keer gevonden, tas om en de deur uit. Toen ik op mijn werk kwam waren ze verbaasd dat ik een poncho droeg, de regen was net gestopt toen ik op mijn fiets stapte. Zes minuten te laat…

Donderdag: Jas aan, alles bij me, nog steeds de andere fiets en het is droog. Dit voelt bijna vreemd, heb namelijk nog vijftien minuten over in plaats van de normale tien. Ik kom bij mijn fiets. Verdomme, waarom in staan hier zoveel fietsen? Blijkbaar kwamen deze mensen ná mij thuis gister. Er staan vijf (!) fietsen tegen de mijne aan! Ziet mijn fiets eruit als een rekje? Misschien wel, als het heel donker is en je drie flessen sterke drank met een rietje leeg gezopen hebt. Ik verplaats de fietsen één voor één, ik doe mijn best er ondertussen niet tegen aan te schoppen of op te spugen. Zeven minuten zijn er voorbij gegaan. Met een beteuterd gezicht en dit verhaal dat klinkt als een übersmoes kwam ik vier minuten te laat…

Vrijdag: Roostervrij, heerlijk. Mijn vriend en ik gaan vandaag naar Nieuwegein. De afspraak is om de trein van kwart voor één te nemen, dus we moeten om twaalf uur van huis. Het begint al als ik uit bed stap. Op de één of andere manier heb ik voor mijn gevoel altijd meer tijd dan dat ik in werkelijkheid heb. In mijn badjas drink ik beneden lekker een kopje thee, laptopje aan, even mails lezen. Hé, mama is online, even kletsen. Lieverd, moet jij niet in de douche? Vraagt mijn vriend. Ik heb nog anderhalf uur. Nog even een broodje eten, snel nu.nl lezen en dan naar boven. Huppa onder de douche, shampoo in ’t haar, ondertussen make-up eraf, haren uitspoelen, conditioner erin, ondertussen tandenpoetsen, inzepen en haren weer uitspoelen. Dan het dilemma: Wat trek ik aan? Ik kijk naar de klok, probeer niet moeilijk te doen en trek aan wat voor handen ligt. Gelijk ook maar mijn tas inpakken. Beneden aan tafel snel in de make-up. M’n vriend kijkt me aan, hij zegt niets, kijkt af en toe naar de klok. Ik ben vastberaden om hem ongelijk te geven, ik gá het halen. De laatste beetjes make-up kan ik in de trein ook wel doen. Snel even m’n haar in de plooi en ik ben klaar. Twee minuten op de klok. Schoenen aan, jas aan, vriendje staat al bij de deur. Fuck, waar ligt íe nou? Wat ben je kwijt? Hij kijkt geïrriteerd. Mijn telefoon! Samen gaan we zoeken, op tafel, de bank, onder de kussens. M’n vriend pakt zijn telefoon zodat we op het geluid af kunnen gegaan. We horen niets… Ik ren naar boven. Nog niets. Nog een keer bellen. Ja, ik hoor hem, maar waar? Ik kijk op bed, in de badkamer, in mijn kledingkast… Ah, hij zit nog in de zak van mijn badjas. Snel weer naar beneden. Vriendje zit achter zijn laptop en steekt een sigaret aan. We halen het al niet meer en nemen een trein later.

Op tijd komen blijft mijn goede voornemen. En net als alle goede voornemens is ook deze niet haalbaar. De tijd en ik zijn geen vriendjes van elkaar en dat zullen we nooit worden ook. Ik zit hem in de weg en hij zit mij altijd tegen.

4 reacties op “Goed voornemen”

  1. Jij en te laat? :D
    In elk geval heel herkenbaar! (heb je nu ook nog collega’s die je computer alvast voor je aanzetten… hihi)

  2. Ik vrees dat dit gewoon iets is wat je moet accepteren… Minka en op tijd komen is gewoon iets onhaalbaars! Arme Jai, been there done that….

  3. sylvia zegt:

    jan 10, 09 at 4:26 pm

    Hé….. dat is wel een idee. Ik zal maandag alvast je computer aanzetten. No Problem

  4. Minka vertelt zegt:

    jan 15, 09 at 9:58 pm

    Wat kennen jullie mij toch goed :-). En Syl, wat een tóp idee, ik ben vóór!


Plaats een reactie